De cao-lonen in het eerste kwartaal van 2025 stegen met 5,5% ten opzichte van een jaar eerder. Gecorrigeerd voor inflatie leverde dat een reële loonstijging van 1,8% op. Tegelijkertijd blijven de lonen buiten cao-afspraken sinds 2018 flink achter. Een kwart tot een derde van de werknemers valt niet onder een cao.
De loongroei in cao’s blijft stevig, maar vlakt iets af, blijkt uit cijfers van het CBS en uit een analyse van mkb-adviesbureau Van Spaendonck.
De werkgeverslasten, waaronder premies voor pensioen en sociale verzekeringen, stegen met 5,7%. Dat is iets hoger dan de loonstijging zelf, vooral door verhogingen van de AOF- en AWF-premies. De loondruk neemt voor werkgevers dus voelbaar toe.
Reële lonen stijgen verder bij cao
De cao-loonontwikkeling in het eerste kwartaal van 2025 laat opnieuw een forse stijging zien: +5,5% ten opzichte van een jaar eerder. Toch is er meer aan de hand op de arbeidsmarkt. Werknemers zonder cao blijven steeds verder achter bij hun collega’s mét cao, zo blijkt uit aanvullende cijfers van Van Spaendonck.
Voor HR-professionals betekent dit scherp blijven op zowel eigen beloningsbeleid als benchmarkgegevens – zeker als je werkt met eigen regelingen buiten de cao om. Juist in een krappe arbeidsmarkt kunnen relatieve loonverschillen bepalend zijn voor het behouden en aantrekken van personeel.
Cao-loonstijging fors, maar vlakt iets af
Volgens het CBS groeiden de cao-lonen in het eerste kwartaal met 5,5%. Dat is iets lager dan de recordstijging van 6,9% in het derde kwartaal van 2024, maar historisch gezien nog altijd hoog. Gecorrigeerd voor inflatie komt de reële loonstijging uit op +1,8% – de vierde opeenvolgende periode waarin werknemers er in koopkracht op vooruit gaan.
Vooral in de sectoren informatie en communicatie (+9,6%) en overige dienstverlening (+8,8%) werden de hoogste stijgingen genoteerd. In sectoren zoals overheid en onderwijs bleef de groei beperkt tot +4,7% of minder. In de zorg liggen veel cao-onderhandelingen nog stil, wat zorgt voor ontbrekende data.
Kloof tussen cao en niet-cao groeit
Tegelijkertijd blijkt uit de loonindex van Van Spaendonck dat medewerkers zonder cao het op langere termijn duidelijk minder goed doen. Sinds 2018 is het maandloon van werknemers met cao met 34,6% gestegen, tegenover 28,8% voor medewerkers zonder cao.
Daarmee groeit het verschil in loonontwikkeling. Opvallend is dat het modale loon buiten de cao nog altijd 15% hoger ligt dan binnen de cao, maar de achterstand in groei maakt dat verschil steeds kleiner. Bijna een derde van de medewerkers in Nederland heeft geen cao en dat aandeel groeit. Voor een compleet beeld van de loondruk en arbeidsvoorwaarden in ons land, moet je dus gegevens van álle werknemers meenemen.
Belangrijkste inzichten op een rij
Onderwerp |
Inzicht |
Cao-loonontwikkeling |
+5,5% in Q1 2025 t.o.v. Q1 2024 |
Reële loonstijging |
+1,8% na inflatiecorrectie |
Hoogste stijging per sector |
Informatie & Communicatie: +9,6% |
Laagste stijging per sector |
Verhuur & handel onroerend goed: 0% |
Contractuele loonkosten |
+5,7%, o.a. door hogere AOF- en AWF-premies |
Loonontwikkeling sinds 2018 |
Met cao: +34,6% / Zonder cao: +28,8% |
Modaal salaris |
Zonder cao nog 15% hoger dan met cao |
Dekking cao's |
75% van werknemers valt onder een cao |
Zorgsector |
Veel cao’s nog in onderhandeling, cijfers deels onbekend |