De wijzigingen voor P&O in 2006

Kort en en bondig overzicht van wat er gaat veranderen.

Heeft u het allemaal nog kunnen bijhouden, het afgelopen jaar? De ene na de andere nieuwe wet is aangekondigd; regels veranderen ingrijpend en achteraf een aantal andere toch weer niet. Personeelsnet heeft de wijzigingen in 2006 zo goed mogelijk op een rijtje gezet, met verwijzingen naar eigen dossiers en websites waar u meer informatie vindt.

WAO wordt WIA

Arbeidsongeschikten en werkgevers krijgen vanaf 1 januari te maken met de WIA. In deze wet staat het vermogen om nog wél te kunnen werken centraal.Is de verdiencapaciteit meer dan 65% dan blijft de werknemer gewoon in dienst, minder dan 35% levert een definitieve uitkering op. Mensen die meer dan 35% verdiencapaciteit hebben, worden geacht aan het werk te gaan, waarbij ze een aanvullende uitkering kunnen krijgen voor een beperkte termijn om eventueel inkomensverlies op te vangen.


Werkgevers kunnen zich verzekeren tegen de risico’s voor de WIA; in eerste instantie alleen via het UWV, later ook bij particuliere verzekeraars. Grotere bedrijven kunnen het risico ook zelf dragen.


De WAO blijft nog wel bestaan voor ‘oude gevallen’. De premies van WIA en WAO samen zijn niet hoger dan de oude WAO-premie, zo belooft het UWV.


Aangifte op één adres door Wet Walvis

De personeelsadministratie kreeg te maken met de wet met de leukste naam. De wet Walvis moet de administratieve lasten verlichten en vereenvoudiging in sociale verzekeringswetten. Belangrijkste wijziging is de loonaangifte op één adres. Vanaf volgend jaar lopen de loonheffing, premies werknemersverzekeringen en de bijdrage voor de zorgverzekeringswet alleen via de Belastingdienst. Dat scheelt aangifte en administratieve rompslomp bij verschillende instanties met hun eigen formulieren en normen.

Nadeel is dat werkgevers nu elke maand de aangifte moeten doen, en ook verplicht elektronisch. Vooralsnog worden organisaties dus geconfronteerd met ingrijpende aanpassingen in de salarisadministratie.



Meer informatie hierover vindt u hier op de site van de Belastingdienst.


Nieuw ziektekostenstelsel: kans voor werkgever

Op 1 januari 2006 is het zo ver: de nieuwe Zorgverzekeringswet treedt in werking en er komt een einde aan het huidige zorgstelsel van het aloude Ziekenfonds, de particuliere ziektekostenverzekeringen en publiekrechtelijke ziektekostenverzekeringen. In plaats daarvan komt er een basisverzekering met een standaardpakket, waar praktisch iedereen in Nederland zich bij moet aansluiten. Daarnaast komen er aanvullende verzekeringen waarmee extra zorg aan worden verzekerd.


Iedereen moet een basisverzekering afsluiten, met een wettelijk vastgesteld basispakket. Naar verwachting zal de premie rond de 1000 -1100 euro per jaar bedragen, maar dat is ook afhankelijk van de wijze waarop het basispakket wordt aangeboden.


Als werkgever betaalt u hiernaast een inkomensafhankelijke bijdrage, die wordt ingehouden op het loon van de werknemer. Het percentage bedraagt 6,5% over het loon tot en met €30.015 (wat neerkomt op een maximum bijdrage van €1950). De vergoeding wordt bij het belastbare loon voor de loonbelasting en premie volksverzekeringen geteld. De bijdrage draagt u, samen met de andere bedragen die u ingehouden hebt, af aan de Belastingdienst.



Levensloopregeling voor iedereen

Vanaf 1 januari 2006 mogen werknemers gebruik maken van de levensloopregeling, terwijl de spaarloonregeling gewoon blijft bestaan. Met de levensloopregeling kunnen werknemers een deel van hun brutosalaris sparen. Het geld dat ze sparen, gebruiken ze voor de financiering van verlof tijdens de loopbaan. Het verlof mag ook ingaan voorafgaand aan het pensioen, waardoor een soort zelf bij elkaar gespaard ‘prépensioen’ ontstaat. Het deelnemen aan de levensloopregeling is een recht, dat u als werkgever dus niet mag weigeren.


Per jaar mag een werknemer maximaal 12 procent sparen van het brutoloon dat in dat jaar wordt verdiend. In totaal mag maximaal 210% van het bruto jaarsalaris worden gespaard. Het bedrag dat de werknemer spaart, stort de werkgever op een speciale geblokkeerde spaarrekening. Het geld mag ook als premie in een ‘levensloopverzekering’ worden gestort. Over deze storting is geen loonheffing (loonbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet) verschuldigd, maar wel de gebruikelijke premies voor de werknemersverzekeringen.


Als de werknemer het levenslooptegoed wil opnemen, heeft hij/zij daarvoor toestemming van de werkgever nodig. De werkgever zal dus in overleg moeten treden met de werknemer over de periode wanneer hij/zij het verlof opneemt. Dat geldt niet als uw werknemer het levenslooptegoed gebruikt voor ouderschapsverlof of langdurend zorgverlof. Deze vormen van verlof zijn een wettelijk recht waarvoor toestemming van de werkgever niet nodig is.




Nieuwe regels voor auto van de zaak

Het privé gebruik van een auto van de zaak valt in 2006 onder de loonbelasting. Daarom moeten werkgevers het privégebruik van werknemers bijhouden. Werknemers die minder dan 500 kilometer per jaar privé rijden, moeten bij de Belastingdienst een 'verklaring geen privé-gebruik' downloaden en inleveren. Als ze meer rijden in een lease-auto en dat niet melden, krijgt de werkgever een naheffing loonbelasting en een boete.


Het privegebruik van de leaseauto wordt dus bij het inkomen opgeteld, wat weer kan leiden tot hogere premies (zowel voor werkgever als werknemer).


Verder gaat de onbelaste kilometervergoeding voor het gebruik van de eigen auto voor dienstreizen naar verwachting omhoog van 18 naar 19 cent.


Meer informatie hierover vindt u hier op de site van de Belastingdienst.

Geen Wet Medezeggenschap Werknemers

De aloude WOR blijft voorlopig van kracht. De WMW zou de WOR opvolgen, maar de Tweede kamer vond de wijzigingen te marginaal om alles overhoop te halen. Jammer voor de opleidingsinstituten die al klaar stonden om alle iedereen bij te scholen. Maar een zegen voor alle bestuurders en OR-leden die nu al moeite genoeg hebben om medezeggenschap betekenis te geven.


Werk in uitvoering


  • Voor 2006 staat nog een aantal wijzigingen op de rol. Zo wil de het kabinet volgend jaar de WW wijzigen met de bedoeling om zo de arbeidsmarkt flexibeler te maken. Het idee is om de maximale uitkeringsduur te verlagen van vijf jaar naar drie jaar en twee maanden. De WW-uitkering in de eerste twee maanden gaat omhoog van 70 naar 75 procent van het laatstverdiende loon.

  • Per 1 maart verdwijnt Last in, first out’ als hoofdregel bij bedrijfseconomische ontslagen. Het afspiegelingsbeginsel, waarbij ontslagen meer gespreid worden over de verschillende leeftijdscategorieën in een bedrijf, wordt het leidende principe. Dit betekent dat werknemers met vergelijkbare functies worden ingedeeld in leeftijdsgroepen en dat binnen die leeftijdsgroepen de werknemer met het kortste dienstverband het eerst wordt voorgedragen voor ontslag. Het gewijzigde Ontslagbesluit treedt op 1 maart 2006 in werking. Sociale partners krijgen de mogelijkheid per CAO afwijkende ontslagcriteria af te spreken.

  • Het kabinet bereidt verder een nieuwe Arbeidstijdenwet en Arbowet voor. De nieuwe wetten leiden tot vereenvoudiging en minder regels. De Arbeidstijdenwet moet beter aansluiten bij de Europese regels. Vooruitlopend hierop zijn al wel de regels voor wachtdiensten versoepeld, omdat onder andere ziekenhuizen en de brandweer in problemen kwamen. De maximale arbeidstijd gaat van 40 naar 48 uur gemiddeld per week, inclusief eventuele 'wachturen' op de werkplek.


  • In de nieuwe Arbowet verschuift de verantwoordelijkheid voor de arbeidsomstandigheden op de werkvloer van overheid naar werkgevers en werknemers. De overheid gaat aangeven wanneer de grenzen van gezondheid en veiligheid overschreden worden, terwijl werkgevers en werknemers afspreken hoe ze in de praktijk binnen die grenzen blijven. Let op: In juli van 2005 is de Arbowet ook al gewijzigd; één van de wijzigingen van toen, verplicht organisaties om per 1 januari 2006 een preventiemedewerker aan te wijzen. In organisaties met minder dan 15 werknemers, mag de baas zelf 'preventiemedewerker' zijn.

  • Mocht u de laatste jaren niet meer dan 35 euro onbelast weggeven, volgend jaar verdwijnt de limiet op het kerstpakket. Staatssecretaris van Financiën Joop Wijn kondigde op TV aan dat de ambtenaren nog eens met een ‘stofkam’ door allerlei regeltjes zijn gegaan die voor ondernemers (en de Belastingdienst) veel werk geven, en maar relatief weinig opleveren. Het gedoe rondom de kosten van het kerstpakket is volgend jaar dus wellicht voorbij, maar hoe de nieuwe regeling precies gaat luiden, is nog onbekend.

Doorsturen:

Neem een abonnement en download 460 exclusieve vakartikelen en 311 actuele HR-instrumenten!

Wilt u als HR-professional ook niks meer missen op uw vakgebied?