Nieuwe initiatiefwet moet helderheid bieden over zzp’ers

Werkgevers, opdrachtgevers en zzp’ers hebben te maken met toenemende onzekerheid, nu de Belastingdienst weer controleert op schijnzelfstandigheid. Een nieuwe initiatiefwet van vier politieke partijen moet helderheid gaan bieden. Ze stellen drie toetsen voor die het eenvoudiger maken om te bepalen wat de arbeidsrelatie precies is tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers.

Veel opdrachtgevers durven zzp’ers niet meer in te huren, uit angst voor naheffingen of boetes. En dat terwijl er nog steeds geen eenduidige wet is die duidelijk maakt wanneer iemand echt als zelfstandige werkt. De minister van SZW werkt wel aan de Wet Vbar, maar de invoering daarvan lijkt maar niet te willen lukken. En intussen blijft de onzekerheid bestaan. Zzp-organisaties zijn ook erg kritisch over dat wetsvoorstel en arbeidsjuristen hebben ook zo hun bedenkingen.

Initiatiefwet vóór zzp, maar tegen misbruik
Vier politieke partijen in de Tweede Kamer, VVD, D66, CDA en SGP, hebben nu het voortouw genomen om duidelijkheid te geven aan werkgevers en zzp'ers. Ze hebben een initiatiefwet gemaakt met een wettelijk kader dat zelfstandigheid erkent én misbruik tegengaat.

Volgens vier partijen komt de huidige onduidelijkheid vooral omdat de Wet Vbar ‘inbedding van werkzaamheden’ als belangrijkste criterium heeft. Maar daar is al relatief snel sprake van en dus is dat geen goede manier om de arbeidsrelatie vast te stellen. 

Belgische model als uitgangspunt
De initiatiefnemers benadrukken dat zelfstandigen vrijheid verdienen, maar ook verantwoordelijkheden hebben. De wet is gericht op drie doelen: vrijheid om te ondernemen, rechtszekerheid voor opdrachtgevers en betere sociale bescherming voor zzp’ers.

Als inspiratie voor hun wetsvoorstel, hebben de vier partijen het Belgische model gebruikt. In dat model moeten zelfstandigen ook deelnemen aan sociale voorzieningen, waardoor het draagvlak voor zelfstandig ondernemerschap in de samenleving groter wordt. Inbedding van werkzaamheden, verdwijnt als zelfstandig gezichtspunt. Het minimumuurtarief van €33,- uit de Wet VBAR, omarmen de partijen wél. 

Drie toetsen moeten duidelijkheid geven
Het hart van het wetsvoorstel bestaat uit drie afzonderlijke toetsen die samen bepalen of iemand als zelfstandige kan werken:

1. Zelfstandigentoets
Hierbij wordt gekeken of iemand zich daadwerkelijk als zelfstandig ondernemer gedraagt:

  • Heeft de zzp’er meerdere opdrachtgevers?
  • Investeert hij/zij in eigen bedrijfsmiddelen?
  • Werft de zzp’er zelfstandig opdrachten?

2. Werkrelatietoets
Deze toets kijkt naar de feitelijke werkrelatie:

  • Is er sprake van vrijwilligheid om als zelfstandige te werken?
  • Hoeveel vrijheid heeft iemand in de uitvoering van het werk?
  • Is er controle op werktijden, aanwezigheid of werkmethoden?

3. Sectoraal rechtsvermoeden
Voor sectoren met een hoog risico op schijnzelfstandigheid, zoals delen van de bouw of logistiek, komt een zwaardere toetsing. Denk bijvoorbeeld aan het tegengaan van arbeidsmigranten die worden uitgebuit door het werken met zzp-constructies. Daarvoor komt er een zogenoemd ‘rechtsvermoeden’. In die sectoren is de bewijslast daardoor zwaarder:

  • alleen als er duidelijk aan de bovenstaande toetsen is voldaan, geldt de werkende in deze sectoren als zelfstandig.

Er komt een aparte toetsingscommissie die duidelijkheid aan de markt kan geven. De beoordelingen van de commissie worden openbaar en zijn bindend zijn voor handhavende instanties zoals de Belastingdienst. Het is overigens niet de bedoeling dat iedere zzp’er voor iedere opdracht naar die commissie stapt.

Wettelijke erkenning én eigen verantwoordelijkheid
De initiatiefwet zorgt niet alleen voor meer duidelijkheid, maar erkent ook de zelfstandige positie van zelfstandig werkende ondernemers. Daarbij hoort wel de verwachting dat zelfstandigen zelf voorzieningen treffen voor arbeidsongeschiktheid en pensioen. Maar hoe ze dat doen, blijft hun eigen keuze, zoals: private verzekeringen, lijfrente, pensioensparen, (vastgoed)beleggingen of een substantieel eigen vermogen. Hierdoor ontstaat er een gelijk speelveld en wordt de sociale bescherming van zzp’ers verbeterd.

De wet gaat op korte termijn in pre-consultatie. Dat betekent dat belangenorganisaties, ondernemers en andere betrokkenen hun feedback kunnen geven. Daarna volgt advies van de Raad van State en bespreking in de Tweede Kamer.

Samengevat: dit is wat de initiatiefwet regelt

Onderdeel

Wat houdt het in?

Zelfstandigentoets

Beoordeelt ondernemerschap: meerdere opdrachtgevers, eigen investering, acquisitie

Werkrelatietoets

Toets op vrijwilligheid, vrijheid en afwezigheid van gezagsverhouding

Sectoraal rechtsvermoeden

Extra aandacht voor sectoren met verhoogd risico op schijnzelfstandigheid

Erkenning zelfstandige

Wettelijke erkenning van zzp-schap

Eigen verantwoordelijkheid

Zelfstandige moet zelf zorgen voor AOV en pensioen

Toetsingscommissie

Meer duidelijkheid door bindende uitspraken, waar ook de Belastingdienst zich aan moet houden


WERKEN MET ZZP'ERS: Doe het goed met deze HR-Tools & Extra's

Doorsturen:

Neem een abonnement en download 460 exclusieve vakartikelen en 311 actuele HR-instrumenten!

Wilt u als HR-professional ook niks meer missen op uw vakgebied?